Doe mee en stem voor het Stuk van het Jaar

In het kader van de Maand van de Geschiedenis, wordt er een landelijke verkiezing gehouden om het mooiste, meest bijzondere of unieke archiefstuk van ons land te kiezen. Het Friese publiek heeft gestemd en “De Bloedvlek” verkozen om Tresoar te vertegenwoordigen in deze verkiezing. Natuurlijk willen we graag deze competitie winnen. Doe dus mee en breng je stem uit via http://www.onsdna.nl/tresoar/. Dit kan t/m 27 oktober. Op 1 november wordt de winnaar bekend gemaakt.

We rekenen op de steun van het Friese publiek!!

Wie het topstuk in levende lijve wil bekijken kan terecht in het Fries Museum. Daar is 'De Bloedvlek' tijdelijk in bruikleen tentoongesteld.

Transcriptie van de tekst

Wijst mij eens waer het gaet

ist en waer de speut moet

eindigen

Wat raet, hulp oft troost siet

ghij in dit werck

De omgedraaide tekst:
Dat Veuglin bij mijn wijff en kinder blijft



Briefje met bloedvlek van de Friese stadhouder Willem Frederik, 1664


In 1664 raakte de Friese stadhouder Willem Frederik graaf van Nassau door een ongeluk met zijn eigen pistool zo ernstig gewond, dat hij niet meer kon spreken. Hij kon alleen nog communiceren via briefjes. Enkele daarvan zijn bewaard gebleven. Op ééntje daarvan is geronnen bloed afkomstig uit de wond van Willem Frederik te zien. Aangezien Willem Frederik een rechtstreekse voorouder is van onze koning Willem Alexander, zou je mogen stellen dat dit stukje papier het DNA van ons koningshuis bevat.

Willem Frederik werd in 1613 in Arnhem geboren als zoon van de Friese stadhouder Ernst Casimir en zijn vrouw Sophie Hedwig van Brunswijk-Wolffenbüttel. Hij volgde zoals veel van zijn familieleden een militaire carrière. In 1640 was hij als officier betrokken bij de gevechten om Hulst, waar zijn broer Hendrik Casimir I sneuvelde. De laatste was toen stadhouder van Friesland en niet gehuwd. Na zijn dood probeerde de Hollandse stadhouder Frederik Hendrik ook het ambt van stadhouder van Friesland te bemachtigen, zodat hij de meeste Nederlandse gewesten onder zijn hoede kon krijgen. De Staten van Friesland beslisten echter anders, door het versneld benoemen van Willem Frederik tot hun stadhouder.

Na zijn benoeming heeft Willem Frederik zich als een spin in het politieke web van Friesland ontwikkeld. Hij was daartoe in staat omdat hij alle relevante informatie van belangrijke gesprekken, voorvallen en achtergronden van en over politieke functionarissen in dagboeken noteerde. Hierop kon hij steeds terugvallen. De dagboeken zijn een aantal jaren geleden gepubliceerd onder de titel Gloria Parendi. Door zijn slimme tactiek wist hij een stevige politieke positie te verkrijgen.

Daarnaast wist hij trouwe hoffunctionarissen aan zich te binden. Eén van hen was Philip Ernst Vegilin van Claerbergen (1613-1693), die in 1657 als secretaris bij hem in dienst kwam. Hij had evenals zijn superieur een goed politiek instinct, was correct en secuur en beheerste meerdere talen. Vanaf 1657 was hij tevens hofmeester. Uit zijn activiteiten en contacten met de stadhouder blijkt dat hij voor hem onmisbaar was.

Willem Frederik trouwde in 1652 met Albertine Agnes, prinses van Oranje (1634-1696). Zij was een dochter van Frederik Hendrik. Willems moeder had hem eerder al geadviseerd een Oranjeprinses te trouwen. Dit was niet alleen goed voor het verhogen van de status van de Friese stadhouder, maar was ook in financieel opzicht belangrijk. Het instand houden van een hofhouding vergde veel van het vermogen van de stadhouder. Zijn inkomen was ook veel geringer dan dat van de rijke Hollandse stadhouders. Het echtpaar kreeg drie kinderen, van wie alleen Amalia en Hendrik Casimir II de volwassen leeftijd bereikten. Het gezin bewoonde het stadhouderlijk hof in Leeuwarden, dat door hen fraai werd ingericht en verbouwd.

Hier vond op 24 oktober 1664 het dramatische ongeluk van Willem Frederik plaats. Bij het schoonmaken van zijn pistolen, ging één niet af. Toen hij vervolgens in de loop keek, volgde een fataal schot. De kogel was blijven hangen en ging alsnog af. Deze trof hem in zijn kaak, waardoor het hem onmogelijk werd om te spreken. Zijn kaak was verbrijzeld en al zijn tanden zaten los. Hij kon alleen nog via briefjes communiceren, waarvan enkele bewaard zijn gebleven. Over het ongeluk met het pistool schreef hij: “Sij woud geen vuijr geven, doe sach ick ernae en in die tijt ginck se los.” In een brief aan zijn neef Willem III liet hij zich nog optimistisch uit over zijn gezondheid maar al snel kreeg hij hoge koortsen. Het was hem bijna onmogelijk om te eten, waardoor hij zeer verzwakte. Deze toestand duurde een aantal dagen. In die tijd wist hij nog een aantal persoonlijke zaken te regelen en ook zijn testament liet hij voorlezen. Op één van zijn laatste briefjes viel een druppel bloed. Dit papiertje is bewaard gebleven. Hij schreef hierop onder andere: “Dat Veugling bij mijn wijf en kinder blijft”. Veuglin was Vegilin van Claerbergen, in wie hij veel vertrouwen had. Op een ander briefje vroeg hij om op zijn zoon Hendrik te letten. Deze was nog maar zeven jaar oud en zou hem later als stadhouder opvolgen. Al deze mededelingen wezen erop dat hij voor het einde vreesde. Acht dagen na het ongeluk overleed Willem Frederik. Hij werd in de familiegrafkelder in de Grote Kerk te Leeuwarden bijgezet. Van het ongeluk is in 1698 door de bekende kunstenaar Jan Luyken een tekening gemaakt.

Dit alles maakt de bloedvlek tot een uniek document, dat een laatste levensspoor bevat van een directe voorouder van onze huidige koning, Willem Alexander. Bovendien past de Tresoar nominatie ook uitstekend bij het thema van de Maand van de Geschiedenis Vorst & Volk. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Bedankt voor uw reactie.